Iedere gemeente heeft één omgevingsplan. Bij het opstellen en wijzigen daarvan komen verschillende onderwerpen aan bod. Op deze pagina beschrijven we het opstellen van een omgevingsplan aan de hand van deze onderwerpen. Vanuit de tekst verwijzen we waar nodig naar verdiepende informatie per onderwerp. Bij elke toelichting vind je bovendien een link naar de bijbehorende teksten in de standaard zelf: het TPOD omgevingsplan.
Het omgevingsplan
Het omgevingsplan is het instrument waarin de gemeente regels stelt over de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft één omgevingsplan dat geldt voor haar hele grondgebied. Het omgevingsplan bevat de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast kun je in het omgevingsplan regels opnemen over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving en kun je in het omgevingsplan omgevingswaarden vastleggen.
Meer informatie over de inhoudelijke aspecten van het omgevingsplan vind je in Hoofdstuk 2 TPOD Omgevingsplan.
Besluit en regeling opstellen
Het omgevingsplan stel je op en wijzig je in de plansoftware. Om het omgevingsplan te wijzigen moet je een besluit en regeling opstellen: het omgevingsplan is een regeling die met een besluit kan worden gewijzigd.
Elke gemeente heeft al een omgevingsplan van rechtswege (de bruidsschat). Hierdoor kan de gemeente geen initieel besluit meer aanleveren, maar wijzigt de gemeente het omgevingsplan met wijzigingsbesluiten. Dit betekent dat de gemeente alleen de wijzigingen aanlevert als er een besluit wordt genomen en niet telkens de hele regeling.
Voor het opstellen van een besluit en regeling moet je verschillende onderdelen invullen in de plansoftware. Hoe de regeling is opgebouwd verschilt per omgevingsdocument. Het omgevingsplan bevat regels en daarom volg je de opbouw van het opstellen van de regeling voor omgevingsdocumenten met een artikelstructuur. Omdat je een omgevingsplan alleen wijzigt, hoef je niet elk onderdeel opnieuw in te vullen.
De onderdelen die je invult bij het opstellen van het besluit zijn voor de meeste omgevingsdocumenten hetzelfde, hoewel de inhoud uiteraard wel verschillend zal zijn per omgevingsdocument. Zo kan tegen het omgevingsplan beroep worden ingesteld en beschrijf je dit in het besluit.
Je kan verschillende bijlagen bij het omgevingsplan en het besluit tot wijziging van het omgevingsplan voegen. In het omgevingsplan komt een bijlage met begripsbepalingen vaak voor. Ook is er altijd een bijlage met GIO's die bij het omgevingsplan horen. Een bijlage bij het wijzigingsbesluit omgevingsplan is bijvoorbeeld een zienswijzennota.
- In hoofdstuk 4 van het TPOD omgevingsplan komt de vormgeving van het besluit en de regeling ook aan bod. Je leest hier wat de betekenis van het besluit en de regeling is in de juridische context en in de context van de TPOD-standaard. Ook is in paragraaf 4.2 nader uitgelegd wat bijlagen zijn.
In paragraaf 4.4 van het TPOD omgevingsplan zie je hoe het besluit en de regeling voor het omgevingsplan is opgebouwd. Je leest uit welke onderdelen het besluit en de regeling bestaan en waarvoor elk onderdeel is bedoeld.
Structuur geven aan de tekst
Het onderdeel met regels van het omgevingsplan bouw je op volgens de Artikelstructuur. De artikelstructuur bevat strikte regels over de opbouw en structuur van de tekst.
De regels staan in artikelen, die je waar nodig kunt onderverdelen in leden. De artikelen staan altijd in hoofdstukken. Als je meer structurering wilt aanbrengen, kun je de tekst verder ordenen met titel, afdeling, paragraaf en subparagraaf. Hoe de artikelstructuur is opgebouwd en welke regels daarvoor gelden, lees je in Regels structureren. De plansoftware volgt deze verplichte structuur voor de regels.
Binnen de artikelstructuur kies je voor elke regel een regeltype. In het omgevingsplan gaat het daarbij om de keuze tussen een regel voor iedereen en een omgevingswaarderegel.
Daarnaast kun je binnen de structuur de elementen Gereserveerd en Vervallen gebruiken voor regels en structuurelementen (zoals hoofdstukken) in het omgevingsplan.
De andere onderdelen van het omgevingsplan, de bijlagen en toelichting, worden opgesteld met de Vrijetekststructuur. Deze onderdelen bevatten namelijk geen regels. Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt ook met de vrijetekststructuur opgesteld.
In hoofdstuk 5 van het TPOD omgevingsplan komen de twee verschillende tekststructuren aan bod, is toegelicht welke structuur van toepassing is voor het omgevingsplan en welke specifieke regels er horen bij de tekststructuren.
Thema's toevoegen
Om het zoeken en selecteren van de regels eenvoudiger te maken, kun je aan de regels een Thema toevoegen. Je kan een thema aan een artikel of lid koppelen. Als een artikel leden heeft, kun je alleen het thema aangeven op het niveau van het lid. De thema’s gelden niet specifiek voor het omgevingsplan, maar zijn voor alle omgevingsdocumenten gelijk. Daardoor kun je een thematische relatie tussen bijvoorbeeld de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Voor het toevoegen van een thema kies je een waarde uit een vaste waardelijst.
- In paragraaf 7.3.5 TPOD omgevingsplan komt thema als onderdeel van de juridische regel aan bod. Op het niveau van de juridische regel wordt het thema namelijk toegevoegd.
Gebieden aanwijzen
De gebieden die je benoemt en waarover je regels opstelt, kun je op de kaart weergeven met een kleur via een Gebiedsaanwijzing. Bekende voorbeelden in het omgevingsplan zijn centrumgebied, bebouwde kom en stiltegebied. Gebiedsaanwijzing gebruik je ook om het bouwvlak aan te geven.
In het omgevingsplan is het voor sommige gebieden verplicht om de begrenzing vast te leggen, dit doe je door middel van een gebiedsaanwijzing. In Bijlage 1 Aan te wijzen en te begrenzen gebieden kan je zien voor welke gebieden deze verplichting in het omgevingsplan geldt. Maar ook als voor een specifiek type gebied regels zijn gesteld vanwege de specifieke eigenschappen van dat gebied, annoteer die gebieden dan met een gebiedsaanwijzing.
Je moet verschillende gegevens invullen om een gebiedsaanwijzing te kunnen gebruiken.
Je geeft de gebiedsaanwijzing een naam, die overal gelijk moet zijn.
Ook moet je een type en groep aangeven, die je allebei kiest uit een vaste waardelijst. De toedeling van een functie is een belangrijk motief voor het aanwijzen van gebieden en het stellen van een groot deel van de regels in het omgevingsplan. Daarnaast zullen in het omgevingsplan regels staan over de situering van bouwwerken. In enkele gevallen zijn er ook regels over (activiteiten in) beperkingengebieden. In het omgevingsplan gebruik je daarom alleen de typen Functie, Bouw en Beperkingengebied.
De groep die je kiest is op het type gebaseerd. Als je het type functie hebt gekozen, kies je de waarde voor groep uit de waardelijst Functiegroep. Bijvoorbeeld de waarde detailhandel.
Daarnaast moet je locatie meegeven om aan te geven waar het gebied dat je in de tekst aanwijst zich bevindt.
Meer informatie over de betekenis van de gebiedsaanwijzing, welke gegevens je mee kan geven en wat de verschillen typen betekenen, lees in je paragraaf 7.9 TPOD omgevingsplan. De uitleg van alle typen gebiedsaanwijzingen vind je in het TPOD, alleen de typen Functie, Bouw en Beperkingengebied zijn relevant.
Regels vindbaar maken
Volgt op termijn
Normen stellen
Volgt op termijn
Procedure doorlopen en aanleveren gegevens
Volgt op termijn
Activiteiten inzichtelijk en toepasbaar maken
Volgt op termijn
Symbolisatie aanbrengen in de kaart
Volgt op termijn
Wijzigen van omgevingsdocumenten
Volgt op termijn
Publiceren van omgevingsdocumenten in Regels op de kaart
Volgt op termijn