Als je een besluit in de plansoftware opstelt, zal je verschillende onderdelen tegenkomen die je in kan vullen. De onderstaande afbeelding laat zien hoe het besluit is opgebouwd en uit welke onderdelen een besluit bestaat. Je hoeft niet altijd elk onderdeel verplicht in te vullen. De namen naast de afbeelding geven de termen uit de standaard weer (en ook dikgedrukt achter elk nummer in de tekst hieronder), in de software zie je mogelijk niet altijd deze termen terugkomen.
Bij de bekendmakingen van besluiten op officielebekendmakingen.nl zal je deze onderdelen ook terug zien komen.
De onderdelen
Bovenaan het besluit zet je het opschrift neer, dit is de officiële naam van het besluit (nummer 1, Regelingsopschrift). Dit is niet hetzelfde als het opschrift van de regeling. Voor meer informatie over wat het verschil is tussen het opschrift van de regeling en het besluit en andere belangrijke aandachtspunten, verwijzen we je naar het volgende artikel: Opschriften en titels van omgevingsdocumenten.
Daaronder kan je de overwegingen van het bestuursorgaan opnemen (nummer 2, Aanhef). Bijvoorbeeld “Gelet op artikel 2.4 Omgevingswet, overwegende dat het ontwerpbesluit zes weken ter inzage heeft gelegen en er zienswijzen zijn ingediend…” etc).
Dan komt het dictum van het besluit (nummer 3, Lichaam). Hierin staat een artikel dat verwijst naar de wijzigingen in de regeling die in de bijlage staan (nummer 5, Wijzigbijlage). Vaak is dit Bijlage A, maar dit kan ook een andere bijlage zijn, of kunnen meerdere bijlagen zijn.
Omgevingsdocumenten die extra regels instellen (zoals voorbereidingsbesluiten) kunnen aan meerdere regelingen regels toevoegen. Er zijn dan meer artikelen die verwijzen naar meerdere bijlagen.
Ook neem je in het dictum ten minste 1 'normaal' artikel op. In dit artikel beschrijf je ieder geval wanneer het besluit in werking treedt.
Het dictum bestaat dus altijd minimaal uit deze twee artikelen, maar je kan meer artikelen toevoegen. Bijvoorbeeld artikelen waarin je aangeeft hoe er met de zienswijzen wordt omgegaan.
Vervolgens zet je bij nummer 4 (Sluiting) de datum neer waarop het besluit is genomen en de namen van de personen die namens het bestuursorgaan het besluit hebben ondertekend. Wanneer tegen het besluit beroep kan worden ingesteld wordt de rechtsmiddelenclausule in dit onderdeel opgenomen: wie kan beroep instellen, bij welk orgaan en wanneer.
Vanuit het artikel in het dictum (nummer 3) verwijs je naar de bijlage die bij dat artikel hoort (nummer 5, Wijzigbijlage). In het geval van een initieel besluit is de volledige inhoud van de regeling onderdeel van deze bijlage. Als het bestuursorgaan een wijzigingsbesluit neemt, zijn alleen de wijzigingen in de regeling onderdeel van deze bijlage.
De regeling is op deze manier dus onderdeel van het besluit. Dit zie je ook in de afbeelding waar je 'Regelingcompact' zie staan: dit is een tekstmodel dat wordt gebruikt voor een regeling. Zie de tekst over het opstellen van de regeling voor hoe een regeling is opgebouwd.
Verder kan je bijlagen bij het besluit voegen (nummer 6, Bijlage). Hier plaats je tekst die onderdeel uitmaakt van het besluit, maar die vanwege de leesbaarheid niet in het besluit opgenomen kan worden. Zie Bijlagen en op het besluit betrekking hebbende stukken voor meer informatie over wat een bijlage bij het besluit is.
Ook kan je bij nummer 7 (Toelichting) nog een toelichting bij het besluit voegen. Je kan hier het voorstel-document (bijvoorbeeld een raadsbesluit) zetten dat is gebruikt voor de interne onderbouwing van het besluit, als je dat onderdeel van de bekendmaking wilt laten zijn.
Ten slotte kan je nog een motivering bij het besluit opnemen (nummer 9, Motivering). Dit is het onderdeel waarin je de deugdelijke motivering zet waarop het besluit volgens afdeling 3.7 Awb op dient te berusten. In het geval van een wijzigingsbesluit kan je hier bijvoorbeeld motiveren welke onderdelen van het omgevingsdocument worden gewijzigd en waarom.
De bijlage, toelichting en motivering worden met een vrijetekstructuur opgesteld.
In de afbeelding staat geen nr 8: dat is een onderdeel dat in een toekomstige versie van de standaard gaat vervallen.