Je moet voor elke regel aangeven wat het regeltype is. Dit zorgt ervoor dat een gebruiker de relevante regels kan selecteren, op basis van een van de typen. De typen zijn daardoor specifiek gericht op een bepaalde doelgroep, dit zie je ook terug in de drie soorten typen waaruit je kan kiezen:
- Instructieregels: Dit type kies je als de regel daadwerkelijk een instructieregel vaststelt (als bedoel in paragraaf 2.5.1 Omgevingswet). Ze zijn gericht tot andere overheden.
Omgevingswaardregels:
Dit type kies je als de regel daadwerkelijk een omgevingswaarde vaststelt (als bedoeld in afdeling 2.3 Omgevingswet). Ze hebben alleen werking voor de bestuursorganen van het bevoegd gezag dat de omgevingswaarde heeft vastgesteld.
- Regel voor iedereen: Dit type kies je als de regels voor iedereen van belang kunnen zijn, dit zijn bijvoorbeeld regels over activiteiten. Als het geen instructieregel of omgevingswaarderegel is, kies je dit type.
Niet in elk omgevingsdocument kan je alle typen gebruiken, zo kan je in het omgevingsplan bijvoorbeeld geen instructieregels stellen.
Wat voor type regel je kiest, bepaalt waarmee je de regel kan annoteren. Een regel kan je bijvoorbeeld alleen met activiteit annoteren als het een regel voor iedereen is. Een omgevingswaarderegel kan je alleen met een omgevingswaarde annoteren. Binnen een artikel hebben alle regels hetzelfde regeltype. In een artikel met leden, moeten alle leden hetzelfde regeltype hebben.
Het regeltype zie je ook terug in Regels op de kaart bij de regels. Je ziet bijvoorbeeld dat het een omgevingswaarderegel is:
Op dit moment kan je niet regels selecteren op regeltypen in Regels op de kaart, maar op termijn wordt dit wel mogelijk.