U bevindt zich hier:

Locatie projectbesluit

Locatie en projectgebied

Een belangrijk uitgangspunt van STOP is dat ieder besluit een werkingsgebied heeft. Werkingsgebied is een abstract, conceptueel begrip: het gebied waar een regeltekst zijn werking heeft.

Het projectbesluit zelf (deel 1 van het projectbesluit) bevat geen regeltekst, maar wel beleidstekst die op een bepaald gebied zijn werking heeft. Dit heet in TPOD projectbesluit een projectgebied. Deel 2 van het projectbesluit gaat over de gewijzigde regels in het omgevingsplan, en hier is zeker sprake van een werkingsgebied. Lees voor informatie over het werkingsgebied en de locatie verder op de pagina’s van het omgevingsplan.

De termen locatie en projectgebied hebben in de STOP/TPOD een verschillende specifieke betekenis. De volgende alinea’s bevatten de informatie over beide begrippen, de samenhang ertussen en de daarbij behorende begrippen, zoals tekstdeel en locatieaanduiding.

Het doel is om inzicht te bieden in de betekenis van deze termen. Hiertoe worden de verschillende begrippen toegelicht en een paar voorbeelden uitgewerkt. Dit geeft inzicht in de globale werking ervan en is niet volledig in detailinformatie. Daarvoor word je verwezen naar STOP/TPOD en respectievelijk het IMOP en IMOW.

Locatie en projectgebied in context

Omdat het projectbesluit zelf (deel 1 van het projectbesluit) volgens de TPOD geen werkingsgebied bevat en het ambtsgebied nagenoeg altijd groter is dan het gebied waar het project uitgevoerd wordt, moet bij het projectbesluit altijd een projectgebied bijgesloten worden. Dit wordt voorgeschreven in de vorm van een locatie, bij voorkeur in het tekstdeel waarin het project beschreven wordt. Deze locatie dient exact begrensd te worden. Paragraaf 6.2.4. van de TPOD geeft aan wat precies tot het projectgebied gerekend moet worden.

Naast het projectgebied zelf kunnen in de verschillende tekstdelen aanvullende locaties opgenomen worden om bepaalde specifieke gebieden aan te duiden.

Om de termen locatie en projectgebied en hun onderlinge relatie goed te kunnen duiden, is een toelichting nodig op begrippen die met deze twee termen van doen hebben. In onderstaand figuur zijn deze begrippen in vereenvoudigde weergave met elkaar in verband gebracht.

Conceptuele weergave van locatie en projectgebied en de relatie met andere relevante begrippen

In de gepresenteerde samenhang van de begrippen wordt duidelijk dat een locatie op twee manieren kan worden ‘aangeroepen’:

  • als locatieaanduiding van een tekstdeel of gebiedsaanwijzing (blauw);

  • als projectgebied van een tekstdeel (oranje).

Één locatieaanduiding vanuit een tekstdeel zoals in het blauw hierboven, verwijst altijd naar een locatie die zich binnen het projectgebied bevindt of deels dezelfde afbakening heeft. Er kan geen locatie zijn die zich (deels) buiten het projectgebied bevindt.

Het figuur laat ook zien dat zowel gebiedsaanwijzing als tekstdeel een relatie hebben met de locatie. Hierbij is de relatie met locatie een locatieaanduiding. Waar het tekstdeel de locatie benoemt, zal een locatieaanduiding vanuit de gebiedsaanwijzing de annotatie met de locatie aanwijzen. De gebiedsaanwijzing verwijst naar dezelfde locatie, als de locatie die door de relevante tekstdelen gedefinieerd wordt.

Geografisch informatieobject en noemer

De geometrische begrenzing van een locatie, kan niet in tekstuele vorm leesbaar weergegeven worden; het is een lijst van coördinaten. De locaties worden daarom vastgelegd in een geografisch informatieobject (GIO). Een GIO is een informatieobject met ten minste één geometrie.

Om vanuit de tekst van het omgevingsdocument op een juridisch juiste manier te verwijzen naar het GIO, heeft deze een noemer en een identificatie. Een noemer is een naam die in de tekst opgenomen wordt en waaruit de lezer kan begrijpen waar het (geografisch) informatieobject betrekking op heeft. De noemer en identificatie zijn verplichte onderdelen van de inhoud van het informatieobject.

Door de noemer van het geografisch informatieobject met de bijbehorende identificatie ook in de bijlage van het besluit op te nemen, wordt het onderdeel van het besluit en krijgt het juridische status.

Onderstaand figuur geeft een voorbeeld van hoe de noemer eruit ziet, beschouwd vanuit de tekst, de bijlage en het informatieobject.

Noemer in de tekst, de bijlage en het informatieobject

Locatie als apart object

De locatie wordt als een apart object gezien. Dit is gedaan om het mogelijk te maken om naar dezelfde locatie te verwijzen vanuit verschillende delen van een besluit. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat in verschillende paragrafen van een projectbesluit wordt verwezen naar de locatie “het Stadspark” welke in een geografisch informatieobject is vastgelegd. Als in dat geval de geometrische begrenzing van het Stadspark wordt gewijzigd, dan heeft dat invloed op alle paragrafen waarin naar het Stadspark wordt verwezen. Er zijn om deze reden ook voorbeelden te bedenken waarvoor het wenselijk is om juist aparte locaties te gebruiken die een gelijke geometrische begrenzing kennen. In dat geval worden er verschillende geografische informatieobjecten gemaakt met elk een eigen unieke noemer met bijbehorende identificatie, maar met daarin dezelfde lijst aan coördinaten. Het voordeel hiervan is dat aparte locaties met dezelfde geometrische begrenzing ook afzonderlijk van elkaar gewijzigd kunnen worden.

Waarom locaties vastleggen?

Ten behoeve van de informatieverschaffing in het LVBB en het DSO-LV wordt door het vastleggen van locaties in geografische informatieobjecten en er vanuit het besluit naar te verwijzen, op eenvoudige wijze duidelijk gemaakt waar een projectbesluit (of een deel uit het projectbesluit) van toepassing is. Het DSO-LV heeft locaties nodig om het Omgevingsloket met Regels op de Kaart te kunnen laten functioneren. Zonder de locaties werkt dit onderdeel in het DSO-LV niet.

Op officielebekendmakingen worden de besluiten met authentieke tekst weergegeven met aparte landingspagina’s voor de (geografische) informatieobjecten. Per formele divisie of regeltekst is zo inzichtelijk welke geografische informatieobjecten (locaties) hiermee verbonden zijn en kan ieder afzonderlijk geografisch informatieobject getoond worden in een viewer. Dit is een documentgerichte weergave van één regeling en dus niet van meerdere bevoegde gezagen.

In het Omgevingsloket worden juist alle omgevingsdocumenten van alle bevoegde gezagen inzichtelijk en raadpleegbaar gemaakt. Met een klik op de kaart zijn alle daar geldende regelingen inzichtelijk. Dit kunnen regelingen zijn van verschillende bevoegde gezagen. Om dit goed te laten werken in het Omgevingsloket is het noodzakelijk dat locaties gebruikt worden. Ook moeten regelingen geannoteerd worden om te kunnen zoeken op de inhoud van een regeling.