U bevindt zich hier:

Presenteren projectbesluit

Het presentatiemodel

Een omgevingsdocument dient begrijpelijk te zijn voor mensen. Daarom dienen omgevingsdocumenten niet alleen machineleesbaar te worden aangeboden, maar ook op een voor de mens te interpreteren wijze. Uitgangspunt is dat de tekst, de bijbehorende locaties en de waarden die verschillende locaties hebben, zo overzichtelijk mogelijk worden gepresenteerd dat de raadpleger ze correct kan interpreteren.

Het presentatiemodel richt zich op het presenteren van een digitaal opgemaakt bestand. Onder presenteren wordt verstaan: het weergeven, visualiseren van de inhoud van een regeling conform een afgesproken standaard. Het presentatiemodel gaat over het verbeelden van geometrieën.

Lees hier het presentatiemodel.

Principes van het functioneel presenteren

Het uitgangspunt voor de mens te interpreteren presentatie van locaties is dat gebruik gemaakt wordt van de annotatie met objecten zoals omschreven in het informatiemodel, zoals activiteit, gebiedsaanwijzing, omgevingswaarde, omgevingsnorm. Ofwel de inhoudelijke annotatie is bepalend voor de symboliek (kleur/arcering) waarmee een locatie wordt weergegeven. Deze worden door de viewer van het DSO herkent en daardoor met een bepaalde kleur op de kaart getoont. 

In de geest van de Omgevingswet is er bewust voor gekozen om bevoegde gezagen enige vrijheid te bieden ten aanzien van hoe zij hun omgevingsdocumenten en regelingen presenteren. De exacte wijze van presenteren is afhankelijk van welke boodschap het bevoegd gezag precies wilt overbrengen. Dit is mede afhankelijk van hoe de softwarepakketen de verschillende symboolcodes gaan inbouwen. 

Voor de bekendmaking en publicatie van een omgevingsdocument kan het mogelijk zijn dat een bevoegd gezag bepaalde elementen in een omgevingsdocument wilt benadrukken om een bepaalde boodschap over te brengen, terwijl in de DSO-viewer de vergelijkbaarheid tussen bepaalde locaties en regels waarschijnlijk belangrijker is. Het presentatiemodel biedt bevoegde gezagen daarom enige vrijheid om zelf keuzes te maken met betrekking tot de presentatie van een omgevingsdocument.

Presenteren van de tekst van een besluit of regeling

Om een besluit of geconsolideerde regeling op een mensleesbare manier te presenteren is de STOP presentatiestandaard van toepassing. Meer informatie over de STOP presentatiestandaard is te vinden via de website van KOOP

Functioneel presenteren

STOP hanteert het principe van functioneel verbeelden: alleen als het een functie heeft om de presentatie voor te schrijven is het onderdeel van de standaard.

Tekstpresentatie

Bij het weergeven van tekst wordt gebruik gemaakt van opmaakelementen om tekst in een bepaald lettertype of dik of schuin weer te kunnen geven. De standaard bevat opmaakelementen, maar schrijft niet voor hoe de opmaakelementen verbeeld moeten worden.

Presentatie van informatieobjecten

In besluiten kan informatie worden opgenomen die niet in tekstuele vorm op een voor de mens leesbare manier weergegeven kan worden. De geometrische begrenzing van een gebied, vastgelegd in een geografische informatieobject (GIO), is daar een voorbeeld van.

Presentatie van wijzigingsbesluiten

Een besluit bestaat uit de verschillende besluitonderdelen (regelteksten of teksten met een vrijetekststructuur), inclusief de verwijzing naar (geografische) informatieobjecten. Een besluit kan de vaststelling van een initieel besluit (een eerste versie) betreffen of een wijziging van een eerder genomen besluit.

Het presentatiemodel legt de verbinding tussen de locatie en het besluit door een tekstuele aanduiding van de locatie in de tekst op te nemen, bijvoorbeeld gebied A. Op deze wijze wordt het informatieobject onderdeel van het besluit en krijgt het juridische status.

Mensleesbare tekstuele aanduiding en verwijzingen naar geografische informatieobjecten in de tekst van het besluit

 

Het verschil tussen de LVBB en het DSO-LV is dat de LVBB document georiënteerd is, terwijl het DSO-LV geconsolideerde informatie laat zien over de verschillende documenten heen en in combinatie met de ruimtelijke plannen.

 

Presentatie in kaartbeeld: annoteren – symboliseren – presenteren

Voor de functionele presentatie in kaartbeeld is annoteren belangrijk. De volgende inhoudelijke annotaties zijn gekoppeld aan een locatie en kunnen daarom gebruikt worden om een geometrie te verbeelden:

  • Activiteit;

  • Gebiedsaanwijzing;

  • Omgevingswaarde;

  • Omgevingsnorm.

In deel 1 van het projectbesluit kan alleen geannoteerd worden met de gebiedsaanwijzing. In deel 2 van het projectbesluit kunnen alle bovenstaande annotaties gebruikt worden.

In het presentatiemodel worden deze inhoudelijke annotaties en hun attribuut groep gebruikt om te bepalen met welke symboliek (kleur/arcering) een locatie in een kaartbeeld wordt weergegeven. Het principe hiervoor is generiek en kan toegepast worden op alle bovenstaande annotaties.

Dit principe kan het best toegelicht worden aan de hand van het voorbeeld in onderstaande afbeelding.

Conceptuele verbeelding van het principe annoteren - symboliseren - presenteren

Bovenstaand voorbeeld laat zien hoe dit principe werkt bij het annoteren van een juridische regel. Het principe is echter generiek en kan daarom ook toegepast worden op de tekstdelen in het eerste deel van het projectbesluit.

In het voorbeeld zie je een juridische regel waaraan een locatie is gekoppeld: gebied A. Ook is in de juridische regel de activiteit geannoteerd: een uitrit aanleggen. Bij het annoteren van de activiteit kan ook een activiteitengroep gekozen worden, in dit geval: uitwegactiviteit. De activiteitengroep staat in de symbolisatietabel waaraan een symbolisatie is gekoppeld, deze symbolisatie wordt op de kaart als verbeelding van de activiteit getoond.

De waarde van het attribuut groep van de annotatie bepaalt dus de symbolisatie waarmee de locatie wordt verbeeld op de kaart.

Ditzelfde principe kan ook toegepast worden op de annotaties gebiedsaanwijzing, omgevingswaarde en omgevingsnorm. Bij deze annotaties is de groep bepalend voor de symbolisatie waarmee een locatie wordt verbeeld op de kaart.

Voor de inhoudelijke annotaties omgevingswaarde en omgevingsnorm moet ook de normwaarde geannoteerd worden. De bijbehorende normwaarde kan gebruikt worden voor de verbeelding op de kaart. In de symbolenbibliotheek STOPTPOD zijn daarvoor kleur verlopen opgenomen om ranges van normwaarden te kunnen verbeelden.

De idealisatie die aangeeft op welke manier de begrenzing van een locatie geïnterpreteerd moet worden en door het bevoegd gezag bedoeld is (bijv. exact of indicatief), zou ook gebruikt kunnen worden bij de presentatie van objecten op de kaart. Dat kan bereikt worden door voor objecten waarvan de begrenzing exact bedoeld is, symboolcodes uit de symbolenbibliotheek STOPTPOD te kiezen met een gesloten lijn en voor objecten waarvan de begrenzing indicatief bedoeld is te kiezen voor een symboolcode die correspondeert met een onderbroken lijn.

Symbolisatiemethoden

Met welke exacte symboliek een locatie in een kaartbeeld wordt getoond, is afhankelijk van de symbolisatiemethode die wordt toegepast.

Het presentatiemodel biedt vier verschillende mogelijkheden om een locatie op een kaartbeeld in een viewer weer te geven:

  1. Symbolisatie op basis van een afgesproken standaard symbolisatie.

  2. Een eigen symbolisatie die afwijkt van de standaard symbolisatie.

  3. Een symbolisatie specifiek bedoeld voor een kaartviewer, afwijkend van bovenstaande symbolisatie.

  4. Werkingsgebieden.

Een uitleg over de symbolisatiemethoden met voorbeelden vind je in hoofdstuk 3 van het presentatiemodel.