Je legt het werkingsgebied vast om aan te geven waar tekst en regels gelden. Op deze pagina lees je wat een werkingsgebied is, waarom je een werkingsgebied gebruikt en hoe je een werkingsgebied gebruikt.
Wat is een werkingsgebied?
Het werkingsgebied is het gebied waar een tekst, artikel of lid geldt.
Door één of meerdere locaties aan een tekst te koppelen, geef je aan waar de tekst van kracht is. Daarmee leg je het werkingsgebied vast. De tekst of regel wordt dan gevonden wanneer een gebruiker op die locatie in de kaart klikt.
Wat is het effect van het werkingsgebied in Regels op de kaart?
Het vastleggen van een werkingsgebied is nodig voor de dienstverlening van het Omgevingsloket. Daardoor worden regels en teksten in Regels op de kaart op de juiste locatie getoond:
- Met een klik in de kaart zie je welke regels of teksten op die plek gelden.
In de onderstaande afbeelding zijn de regels weergegeven uit het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal die gelden op de locatie waar is geklikt. Artikel 4.5 geldt onder andere op deze plek:
- In het kenmerkenscherm zie je onder ‘Dit artikel geldt in’ wat het werkingsgebied van de tekst is. In dit geval geldt artikel 4.5 binnen de locatie Bebouwingscontour houtkap.
- Zet je het schuifje bij deze locatie aan, dan wordt het gebied zichtbaar op de kaart en in de legenda. Het werkingsgebied zie je met een blauwe, onderbroken lijn en een stippenpatroon in de kaart.
- Klik je op een andere plek in de kaart, dan zie je het artikel niet meer. Dit komt doordat je buiten het werkingsgebied van het artikel hebt geklikt:
- Bij plekinfo zie je welke locaties op de aangeklikte plek als werkingsgebied aan regels of tekst zijn gekoppeld. Je kan vanuit plekinfo filteren op deze specifieke locaties. Je vindt dan alle regels die deze locatie als werkingsgebied hebben:
Wanneer gebruik je een locatie als werkingsgebied?
In omgevingsdocumenten met een artikelstructuur moet ieder artikel (of ieder lid, als een artikel uit leden bestaat) minimaal één locatie als werkingsgebied hebben. Vanuit juridisch oogpunt moet voor elke regel duidelijk zijn waar de regel van toepassing is. De standaard verplicht daarom dat je het werkingsgebied vastlegt.
Wanneer je een (wijzigings)besluit aanlevert met een artikel of lid dat niet aan een locatie is gekoppeld, dan krijg je een blokkerende foutmelding.
In omgevingsdocumenten met een vrijetekststructuur is het niet verplicht het werkingsgebied van de tekst aan te geven. Als je een tekst geen werkingsgebied geeft, wordt deze niet gevonden bij een prik in de kaart. In de onderstaande afbeelding zie je dit terug. Na een klik in de kaart vindt een gebruiker geen inhoud:
| Tip: Geef elk tekstonderdeel een werkingsgebied. Er is namelijk geen overerving. Een werkingsgebied dat je vastlegt op een hoger niveau (zoals een hoofdstuk) geldt niet automatisch voor onderliggende tekstonderdelen. |
Hoe werkt het?
Het werkingsgebied is de relatie tussen een locatie en een tekst. Door een locatie aan een tekst of regel te koppelen, leg je het werkingsgebied vast. De locatie die je hiervoor gebruikt, is daarmee een kenmerk van de tekst of regel.
| Is ‘werkingsgebied’ niet hetzelfde als ‘locatie’? Het werkingsgebied is een relatie en geen object of annotatie. Vergelijk met een persoon die de bewoner van een huis is: Meneer Jansen is bewoner van Kerkstraat 10. Meneer Jansen en Kerkstraat 10 bestaan echt (zijn een object), maar hun relatie (woont op adres…) niet. Als meneer Jansen overlijdt of verhuist, houdt ook de relatie op. Net als bij de sloop van Kerkstraat 10. Meneer Jansen is niet meer de bewoner van Kerkstraat 10. Vandaar dat de volgende zin correct is: 'Deze locatie wordt als werkingsgebied gebruikt bij dat artikel'. En deze zin niet: 'Deze locatie is een werkingsgebied'. |
Welke locatie geef je aan als werkingsgebied?
Afhankelijk van waar een regel of tekst geldt, geef je de locatie van het werkingsgebied aan. De keuze voor het werkingsgebied volgt dus altijd uit de inhoud van de tekst.
Geldt een regel of tekst overal binnen het ambtsgebied, dan koppel je het hele ambtsgebied aan die tekst. Hierdoor vind je de tekst of regel overal binnen het ambtsgebied, ongeacht waar je in de kaart klikt. In voorbeeld D van de Annotatierichtlijn zie je hoe dit werkt: Voorbeeld D: Ambtsgebied als werkingsgebied gebruiken.
Geldt een regel of tekst alleen voor een kleiner gebied, dan geef je een kleinere locatie aan als werkingsgebied. Hierdoor vind je de tekst of regel alleen op de plekken waar deze van toepassing is, en niet in de rest van het ambtsgebied. In Voorbeeld E: Eigen Locatie als Werkingsgebied gebruiken lees je hoe je dit doet.
Het is mogelijk om meerdere locaties als werkingsgebied te koppelen. Deze locaties worden afzonderlijk getoond in Regels op de kaart, maar vormen samen het werkingsgebied.
In de onderstaande afbeelding zie je dat artikel 5.117 aan acht locaties is gekoppeld. Samen vormen deze locaties het werkingsgebied van de regel. Klik je binnen één van deze locaties, dan verschijnt artikel 5.117. In het voorbeeld is binnen de locatie Natuur geklikt:
Hoe leg je het werkingsgebied vast?
Je legt het werkingsgebied vast door een locatie aan een tekst of regel te koppelen. Het werkingsgebied gebruikt de gegevens van de locatie, zoals de naam en geometrie. Je vult deze gegevens alleen bij de locatie in, niet nog een keer bij het werkingsgebied.
Als het ambtsgebied het werkingsgebied is, hoef je alleen maar de ambtsgebied locatie aan de regel of tekst te koppelen. Je maakt in dat geval geen aparte locatie aan.
De naam van de locatie die je gebruikt als werkingsgebied is zichtbaar in Regels op de kaart. Je ziet de naam in het kenmerkenscherm bij de tekst en in de legenda (zie de blauwe markeringen):
Vanuit de tekst moet duidelijk zijn waar de regel of het tekstdeel geldt. De naam van die locatie noem je daarom ook in de tekst, zoals in de bovenstaande afbeelding. Je benoemt de locatie minimaal één keer, behalve wanneer de locatie het ambtsgebied is.
Zorg ervoor dat de naam in de tekst overeenkomt met de naam van de locatie. Dit lees je ook in de Annotatierichtlijn: Richtlijn 4: Benoem het werkingsgebied eenduidig.
In de tekst kan geregeld zijn dat in één keer voor een groot tekstdeel (hoofdstuk, afdeling, paragraaf etc.) bepaald wordt wat het werkingsgebied is. Bijvoorbeeld in een artikel toepassingsbereik. Je koppelt dan toch aan elk artikel, lid of tekstdeel afzonderlijk de juiste locaties.
De coördinaten van elk gebied dat in de tekst is genoemd en is gebruikt als werkingsgebied, worden vastgelegd in een GIO. Elke GIO krijgt een naam. Zorg ervoor dat de naam van het GIO hetzelfde is als de naam van de locatie van het werkingsgebied. Zie hiervoor ook richtlijn 4 uit de Annotatierichtlijn.
Regelingsgebied vastleggen
Naast het vindbaar maken van tekst en regels, maak je het hele omgevingsdocument vindbaar op een bepaalde locatie. Dit doe je door het regelingsgebied vast te leggen.
Locaties gebruiken en vastleggen
Een belangrijk onderdeel van het werkingsgebied is de locatie. Er zijn veel manieren om locaties te gebruiken en er zijn verschillende verschijningsvormen. Lees meer over het gebruiken en vastleggen van locaties.
Verschil tussen een werkingsgebied en een gebiedsaanwijzing
Een werkingsgebied is niet hetzelfde als een gebiedsaanwijzing. Lees meer over Wat is het verschil tussen een werkingsgebied en gebiedsaanwijzing?
Richtlijnen Annotatierichtlijn over regels en tekst vindbaar maken
Het werkingsgebied juridisch vastleggen is een belangrijk onderdeel van de Annotatierichtlijn. Bij de volgende richtlijnen komt dit terug:
Richtlijn 4: Benoem het werkingsgebied eenduidig
Richtlijn 5: Locatienaam zonder 'functie', 'werkingsgebied' of 'locatie'